Eerlijk zijn naar jezelf, Eigenwaarde, Faalangst, Kwetsbaarheid tonen, Leven, Zelfkennis

Spiegelbeeld

4 augustus 2019, Frankrijk.

Vandaag probeer ik zoveel mogelijk mijn spiegelbeeld op te zoeken. Niet om mezelf, zoals “vroeger”, af te kraken en naar beneden te halen. Niet om mezelf, zoals “vroeger”, ervan te overtuigen dat ik een ongedisciplineerde veelvraat ben die nu echt het roer weer om moet gooien. Niet om mezelf ervan te overtuigen dat ik hier op vakantie buikspieroefeningen moet gaan doen en mezelf “wil”/moet straffen dat ik dit al meer dan een week niet gedaan heb. Nee. Gelukkig is deze tijd voorbij en daar ben ik mezelf bewust van. Er is echter wel iets aan de hand waardoor ik mezelf verplicht naar mezelf te kijken. Niet omdat ik mezelf zo mooi vind dat ik ervan geniet om naar mezelf te kijken. Nee, dat zou het andere uiterste zijn.

Ik voel me helaas niet fijn in mijn lichaam. Ik weet dat mijn gevoel niet klopt. Ik schrijf deze blog dan ook absoluut niet om complimentjes te ontvangen. Ik weet mijn kleding maat, mijn kleding zit niet strakker. Steeds als ik foto’s van deze vakantie zie begrijp ik niet wat ik zie. Wat ik zie is niet hoe ik me voel. Wat ik zie? Ik zie een prima gezichtje met een prima “kaaklijn”. Ik zie sportieve slanke armen. De jurkjes en shirtjes die ik deze vakantie draag zijn over het algemeen wat wijder waardoor ik niet echt iets kan zeggen over mijn buik. Dit is positief, want “vroeger” zou ik een onderkin gezien hebben waar hij niet zou zijn, een buik gezien hebben in kleding waar niets te zien kàn zijn en blubberarmen waar spieren zitten.

Maar ik voel me al een tijdje dik. Ik voel constant de aanwezigheid van mijn buik. Ik maak het mezelf gemakkelijk met wat wijdere kleding en ik draag geen topjes met hardlopen, terwijl ik mij daar een tijdje terug wél comfortabel bij voelde. Ik wil een voorbeeld zijn voor anderen en toch een kort topje aan doen. Ik wil me namelijk niet schamen voor mijn lichaam. Het helpt vaak om jezelf in te denken wat je tegen een ander zou zeggen of wat je een ander wenst. Als ik lees dat anderen geen topjes dragen en dit eigenlijk wel zouden willen, dan gun ik haar dat ze dit los kan laten. Wat je een ander gunt, mag je jezelf ook gunnen. Echter ik zou ook het advies geven dat je moet dragen waar jij je prettig bij voelt. En dus kies ik al een tijdje voor het enigszins verstoppen van mijn lichaam. Want daar voel ik me nu prettig bij.

En tegelijkertijd besef ik me dat er iets niet klopt. Ik gun het een ander niet om zich te schamen voor zijn of haar lichaam. Ik gun het een ander niet om zich niet prettig te voelen in zijn of haar lichaam. Ik gun een ander een ontspannen gevoel over wie hij of zij is. En dus mag ik dat mijzelf ook gunnen. En daarom heb ik vandaag een shirtje aan gedaan die wat bloter is dan de andere kleding die ik mee heb, probeer ik (onopvallend) in etalages te kijken en ga ik steeds bewust naar het invalidentoilet hier op de camping. De enige plek met een lange spiegel en een afgesloten ruimte waar ik even de tijd kan nemen om naar mezelf te kijken. En keer op keer vallen mij twee dingen op. Eén die me blij maakt en één die me wat zorgen baart. 
Steeds als ik in de spiegel kijk, kijk ik eerst naar de dingen die ik mooi vind aan mezelf of waar ik gewoon tevreden mee ben. Ik zie ze en knik tevreden naar mezelf. Ooit was er een tijd, dat ik in mijn hoofd direct begon te schelden tegen mezelf. Dit is echt verleden tijd. Wat een verademing. Wat fijn om het zoveel meer gezellig te hebben met mezelf!  Dit maakt het leven toch echt een stuk leuker dan de hele tijd maar uitgescholden te worden.

Eén lichaamsdeel ontwijk ik bij het kijken naar mezelf; mijn buik. “Oohw… hallo buik, jij bent er ook. Sorry, jou vind ik niet zo mooi, ik sla jou even over. Weet je wat, ik verstop je ook gewoon. Je bent er niet. TRALALALALA…”

Ik voel, ik weet, ik heb geleerd dat dit niet werkt. Dus ik spreek mezelf toe. Niet scheldend zoals vroeger. Tegen een onzeker kind ga je toch ook niet schelden om het te overtuigen om toch iets nieuws uit te proberen? Of tegen een vriendin ga je toch ook niet schelden als ze zich ergens niet goed bij voelt? Nee. Dat maakt alles alleen maar erger. Juist wanneer iemand zich niet fijn voelt, wil je deze persoon gerust stellen. En zo mag je dus ook met jezelf om gaan.

“Lieve Vie, Wat fijn dat je vind dat je mooie schouders hebt. Ze zijn ook mooi! Oók als een ander daar een andere mening over heeft. Een kunstwerk wordt ook door de één geprezen en door de ander verafschuwd. Jij vindt dit mooi, en dat mag. Maar waarom negeer je een deel van jezelf? Waarom begin je weer een haat tegen iets van jezelf te ontwikkelen? Je kunt doen alsof het er niet is en hopen dat het vanzelf verdwijnt. Maar je weet dat dit ook het begin kan zijn van oorlog. De afkeer naar dit ene lichaamsdeel kan zich gaan verspreiden waarmee de zelfhaat groeit. Je bent zo ver gekomen, dit is niet wat je wil”.
Ik trek mijn shirt of jurk omhoog en kijk naar mijn buik. “Nee Vie, niet één seconde. Want dan zie je alleen wat je denkt te zien. Dan zie je alleen wat je hoofd je verteld dat er zit; een dikke buik. Kijk en observeer, alsof je naar een ander kijkt. Kijk zonder oordeel. Beschrijf wat je ziet”. Ik haal diep adem. Ga recht staan en probeer te ontspannen. Ik probeer mijn gezicht te ontspannen en kijk.

Ik zie een navel. Ik zie een lijntje in de buurt van mijn heupbot. Ja, er zit een “laagje” over, ik zie het bot zelf niet uitsteken. Maar dat laagje is voornamelijk spier. Ik begin wat te ontspannen en voel dat mijn blik neutraler wordt, ik vind mijn buik nog niet niet mooi, maar neutraal is beter dan afkeer. Voor nu is het goed zo. Ik win terrein van de gemene stem die stiekem weer terrein probeerde te winnen. Voor nu is het goed. Mijn kleding weer netjes en ik loop naar buiten alsof ik net alleen een plasje heb gedaan.

Foto van tijdens één van onze trailruns, niet luisteren naar waarschuwingen voor gevaar….
Dat geeft een onveilig gevoel!

Ik weet dat er waarschijnlijk een reden is voor mijn “dikke gevoel”. De één krijgt migraine als hij of zij ergens mee zit of grijpt naar de drank. Ik ga me dik voelen, ontwikkel een haat naar mezelf en ga kloten met eten als er iets is. Misschien weet ik ook wel wat er is, maar weet ik nog niet zo goed wat ik er mee wil of hoe ik er het beste mee om kan gaan. Ik ben blij dat ik heb geleerd om te constateren wat er speelt, mezelf hier liefdevol bij te helpen en te accepteren dat het niet in één keer weg is. Te accepteren dat het nu even niet anders is en ik me in bepaalde kleding net iets comfortabeler voel. Dat is oké, want ook dan ben ik lief voor mezelf. Maar ik blijf naar mezelf kijken, net zo lang tot ik me wel weer comfortabel voel in een van de mooie sporttopjes die ik dit jaar durfde aan te schaffen.

Eerlijk zijn naar jezelf, Hardloop plezier, Keuzes maken, Leven, Volg je hart, Zelfkennis

Eerlijk knopen door hakken

Eerlijk? Ik mis de wegwedstrijden. De langere afstanden. De langere (baan)trainingen. Ik mis het trainen met maatje Juriaan.

Ik mis het uitpluizen van het parcours; de hoogtemeters en een schatting maken wat ik daar denk te kunnen lopen, de weersvoorspellingen en me voorstellen hoe dat zou voelen. Op Google-Maps het hele parcours met Streetview opzoeken (als dat mogelijk is) zodat ik al weet hoe de wedstrijd gaat zijn. Hoe de ondergrond is, of het open is of beschut door bomen. Visualiseren hoe ik me daar zal voelen en hoe ik mezelf daar doorheen push. Toen ik de Stevensloop voor het eerst liep, kende ik de hele weg al uit mijn hoofd! Er was één stukje dat niet op Streetview stond en toen ik daar liep dacht ik: “He?! Waar ben ik?! Oja!!! het stukje “niemandsland” wat Streetview betreft.” Er is nog veel meer wat ik mis van de wegwedstrijden. Maar dat komt misschien nog in een andere blog.

Een baanwedstrijd loop je op de baan. De baan is 400m, heeft twee bochten, twee rechte stukken en is meestal rood. De omgeving zie je niet, want je zit in je focus. Je start op de lijn en je eindigt wanneer je de eindstreep passeert. Voor sommige afstanden betekent dat zelfs dat het dezelfde lijn is als waar je startte. Tuurlijk kun je de race visualiseren, maar dat is meer een soort droom race of standaard race. Een grote bepalende factor tijdens baanwedstrijden zijn je tegenstanders. In wat voor serie zit je? Kun je mee? Loop je alleen? Is het een boemelrace? Hoe gek het ook klinkt, voor een baanwedstrijd waar je rondjes loopt, je kunt op een bepaalde manier veel minder je tijd voorspellen en je weet al helemaal niet wat je tegen gaat komen. Op een bepaalde manier zegt een tijd op de baan minder dan een tijd op de weg. Op de weg loop je veel meer voor jezelf en met jezelf. Op de baan ben je afhankelijk van de mede atleten.

Laat ik nou net een enorme einzelgänger zijn. Hoewel mensen die mij alleen oppervlakkig kennen dit niet van mij verwachten zal iedereen die mij écht kent dit bevestigen. Ik ben liever alleen dan samen. En ik hou van voorspelbaarheid. Ik wil weten waar ik aan toe ben en wat ik kan verwachten. Met baan wedstrijden weet je dus nooit wat er komen gaat. Nu ik het nog één seizoen geprobeerd heb met mijn nieuwe zelfkennis, weet ik het zeker; uit baanwedstrijden haal ik niet het plezier wat ik verwachtte er uit te halen. Misschien loop ik volgend jaar nog wel een paar wedstrijdjes, maar dan puur voor de lol en als training. Niet met het doel om bijvoorbeeld een NK te lopen. Daarvoor vind ik het niet leuk genoeg.

De afgelopen jaren heb ik enorm hard aan mezelf gewerkt. Ik moest wel. Het was er op of er onder. Ik zat in een diep dal en dreigde de afgrond in te glippen. Het was klimmen of vallen en ik koos, met vallen en opstaan, om te klimmen. Ik ga er in deze blog niet verder op in, maar als je echt nieuwsgierig bent naar deze periode, neem dan eens hier een kijkje. Op deze site kun je lezen over mijn dal en klimtocht naar boven.

Ik ben nu boven. Hierboven is trouwens geen plat weiland, het is eerder een Zevenheuelenloop! Echter kan ik oprecht zeggen dat ik me nog niet eerder zo ontspannen heb gevoeld als nu. Ik heb nog stappen te zetten, maar zeg eens eerlijk, wie niet?

Ik voel me goed. Gewoon goed. Niet bijzonder gelukkig, maar verre van ongelukkig. Ik ben niet meer, zoals ik jaren was, constant verdrietig. Want ja, dat was ik. Ik droeg een verdriet met mee, ook als ik vrolijk was. Dat verdriet is weg. Soms is het er. Even. Dan huil ik of ik doe iets anders om het te uiten. Het is er dan even. Soms een paar dagen. En dan is het weer weg.

Nu durf ik mijn hart te volgen. Want nu snap ik wat het zegt. Hoe kun je je hart volgen, als het constant huilt? Ik durfde geen knopen door te hakken, ik wist immers niet wat ik voelde.

Nu hak ik aan alle kanten. Want ik weet voor een groot gedeelte wie ik ben. Ik weet wat kan en ook wat ik niet kan. En vooral dat laatste is heel fijn om te weten! Het is geen falen als je iets niet kan, of als iets niet bij je past. Ooit zei ik tegen een brugklasser; “Dat iedereen vind dat jij heel geschikt bent voor die taak is misschien waar, maar is de taak ook geschikt voor jou? Dat is waar het om draait”. De leerling koos daarna om niet deel te nemen aan een project waar iedereen van dacht dat ze het super zou doen. Ik was zo trots op haar, omdat ze luisterde naar wat ze wilde. Ik ben dit nooit vergeten. Lott, onwijs bedankt voor je goede voorbeeld!

Het onderwijs was blij met mij. Ik geloof dat ik geen slechte docent was. En ben. Want een docent ben je van binnen uit. Ik ben docent. Maar ons huidige leersysteem is niet geschikt voor mij om als docent in te fungeren. Zo wordt ik doodongelukkig van cijfers geven. Geen grapje, dit heb ik 8 jaar lang vaak met tranen in mijn ogen gedaan. Dit gaat niet veranderen. Dit blijft. Want dit is wie ik ben. Ik kan niet (be)oordelen, het gaat in tegen alles wie ik ben. En cijfers geven voelt voor mij als het geven van een oordeel, zeker bij een vak als wat ik gaf; Kunst.
Een ander punt wat het onderwijs lastig maakt voor mij is dat ik snel overprikkeld ben. Zeker sinds mijn burnout. Geef het een stempel of niet, het is gewoon een feit dat ik me niet goed kan afsluiten voor geluiden en bewegingen. Ik ben uitgeput na een paar uur les geven. Elk uur 30 andere leerlingen die ik allemaal net niet de tijd kan geven die ik wil. En dan zijn we pas halverwege de les dag. Dit went niet. Dit blijft.

En daarom koos ik ervoor om het onderwijs te verlaten. Zonder schaamte. Zonder gevoel van falen. Ik heb veel kwaliteiten en ik weet nu ook wat niet bij mij past.

Lekker chaotische foto vlak voor de bel van mijn aller laatste les als docent op het Stedelijk Gymnasium Leiden.

En zo ook met het hardlopen. Er komen nog een paar baanwedstrijden aan. En die zie ik vanaf nu als goede snelheidstrainingen voor het lange werk wat ik weer ga doen. Ik heb me ingeschreven voor de Posbankloop. Ik heb het parcours al opgezocht, de hoogtemeters bekeken en ik heb nu al extreem veel zin in deze loop. Mijn benen voel ik jeuken als ik denk aan het klimmen en dalen. Want dat is toch wat ik het leukste vind; geen vlakke parcours, maar klimmen en dalen op de weg.

Een stroom van energie voel ik door mijn voeten, benen en ook armen en vingers als ik denk aan deze 15km wedstrijd. Ik voelde het een tijdje niet, maar nu ik ook overlegd heb met trainer Bram Wassenaar en weet met welke groep ik mee ga trainen na de vakantie, is het weer terug; De enorme loopzin. De drive. Het echte loopgevoel. Geen opgelegd gevoel, nee. Dit gevoel is er gewoon. Omdat ik nu weet wat ik leuk vind. Misschien ligt mijn echte talent niet op deze afstanden, maar ik ben toch geen wereldtopper. Plezier is veel belangrijker. En wie zegt dat mijn talent hier niet ligt? Is dat gebaseerd op het feit dat ik bij de jeugd aan sprint/ horde deed? Of komt het door mijn bouw? Van dit laatste beginnen we toch ondertussen wel in te zien, dat bouw niet alles zegt over waar je talenten liggen? Ik wil toch maar weer even wijzen op marathonloopster Allie Kieffer!

Foto door: Eric Geelen.

Maar goed. Eerst ga ik het NK 1500m nog lopen. Komende zaterdag. Ik voel me ontspannen, ik heb niets te verliezen. En even voor de duidelijkheid, dat ik de baanwedstrijden nu zie als snelheidstraining, betekent niet dat ik niet van plan ben om alles te geven! Elke wedstrijd loop ik voor wat ik waard ben. Ik kan niet anders. Zoals ik Susan Krumins eens hoorde zeggen in een podcast van Suzy QandA; Het zit in mijn DNA. Ik weet niet wat ik nu kan en waar ik nu sta zo vlak na mijn blessure. Ik ben niet zo (af)getraind als ik had willen zijn voor “een grote wedstrijd”. Het lukte me niet om de focus te vinden die ik wel voor veel wegwedstrijden had. Maar ik voel me ontspannen en ik heb heel veel zin om te racen. Ik heb niets te verliezen en ik kan alleen maar winnen. Want;

Als ik geniet van het lopen, is elke wedstrijd gewonnen.