Mijn verhaal vóór hardloopliefde.nl

De weg naar nu

Op deze pagina lees je een deel van mijn “levens-verhaal” tot aan de start van hardloopliefde.nl (januari 2019).

De afgelopen twee jaar heb ik geleerd dat openheid over de moeilijke momenten in je leven een ander kan helpen om zijn of haar moeilijke periodes door te komen. Ook in de andere berichten op hardloopliefde.nl ben ik open en beschrijf ik waar ik tegenaanloop (met name rondom het hardlopen) en hoe ik daar mee om ga.

Wil je liever alleen hardloopverhalen lezen in plaats van levensverhalen? Klik dan gerust verder naar andere berichten op hardloopliefde.nl.

Van sprintster naar MILA-loopster, naar… Stilstand
Jaren heb ik als sprintster mijn best gedaan snel over de baan te vliegen. Soms met wat hekjes er tussen. Ik kon redelijk doorlopen op de 400m, maar op een gegeven moment ging het niet meer. Mijn lijf voelde niet meer zoals het die tijd daarvoor voelde. Niet alleen mijn lijf wilde niet meer, ook mijn hoofd was op. De zin was weg en de mogelijkheid om te pushen voor prestaties leek überhaupt te zijn verdwenen (wat je bij sprint wellicht korter, maar veel intenser doet dan bij welk loop onderdeel dan ook). Het plezier was volledig verdwenen. Ondanks dat, wilde ik niet stoppen. Iets van binnen hield te veel van het lopen. Ik had geen idee welke sport er verder zou zijn waar ik net zo veel voldoening uit zou kunnen halen. Het zou toch wel weer terug komen?

Op een gegeven moment gaf ik mezelf de keuze; stoppen met lopen of overstappen naar een totaal andere afstand om te kijken of ik daar mijn plezier terug zou kunnen vinden. Ik koos voor het laatste en stapte over van de sprint/ horde groep van Martijn de Lange naar de MILA (midden lange afstand) groep van Bram Wassenaar. Hier vond ik de lol enigszins terug, maar mijn lijf en hoofd bleven moe. Ik wist niet goed of dit kwam doordat ik niet meer dan 800m in- en uit -dribbelen gewend was (en nu het inlopen voor bepaalde trainingen 7km bedroeg) of dat er iets anders aan de hand zou zijn. Ik wilde het eerst een tijdje aan kijken, misschien was het gewoon wennen aan de langere afstanden…

Tot twee keer moest ik “instorten” voor ik snapte dat het niet goed met me ging. Dat “als maar door gaan met alles” niet de juiste weg was. Ik vroeg op verschillende punten te veel van mezelf. Dat, in combinatie met een backpack van een verleden, bleek de juiste cocktail te zijn om een flinke periode even helemaal uit de running te zijn. Letterlijk en figuurlijk. Alles stond stil. Ik stond stil.

Uitgeput
Zomer 2017 kon ik letterlijk 1,5 uur wakker zijn en dan moest ik weer naar bed. Mijn dagen bestonden uit 1,5 uur wakker, slapen, 1,5 uur wakker, slapen… Voor een heel actief persoon als ik voelde dit letterlijk als de hel. De uren wakker bracht ik vaak met oordoppen in door, omdat elk geluid te veel voor me was. Als dit het leven moest zijn, dan zag ik het nut er niet van in.

De liefde van mijn vriend en moeder hielden me op de been. Ik heb veel lieve mensen om mij heen. Niemand heeft mij in de steek gelaten. Maar het was écht voor mijn vriend en moeder dat ik vond dat ik het niet kon maken om te stoppen met leven. Ik leefde voor hen en tegelijkertijd voelde ik mij schuldig dat ik überhaupt bestond. Op dat moment vond ik mezelf geen leuk persoon, er was geen vrolijkheid meer en ik voelde mij een last voor de omgeving. Ik kon niet zien wanneer het beter zou gaan worden, of het überhaupt beter zou gaan worden.

Het werd beter. Tijd, geduld, doorzetten. Blijven ademen. Blijven leven. De kleine mooie dingen van het leven proberen te zien en uit de kleinste dingen een greintje plezier proberen te halen. Accepteren dat het nu is, zoals het is.

Het nu van toen
Daarvoor gaan we terug naar de dag vóór kerst 2016. Ik moest hardlopen van mezelf. Nee, ik wilde niet. Ik moest. Ik was moe van alles, maar sleurde mezelf naar buiten. Pushen. Boze pushende gedachten gingen door mijn hoofd. Sneller, meer en door. Het moest. Het ging niet. Meerdere keren stopte ik en vond ik mezelf een mislukkeling. Zwak.

Ik liep langs het water. Wat nou als ik er in loop en lang genoeg onderwater blijf dat ik…? Zal ik het doen? Dan is alles voorbij. Dan ben ik niet meer moe. Dan hoef ik niets uit te leggen. Dan stopt het schelden in mijn hoofd. Dan is het klaar.

Die gedachten voelde als een bevrijding. Als de oplossing. Een verlangen. Maar mijn vriend en moeder gingen door mijn hoofd. Hun kerst zal altijd overschaduwd worden door mijn dood als ik het nu doe. Ik wil een ander geen verdriet doet. Met een intense doodswens sjokte ik naar huis. Met lood in mijn schoenen liep ik de trappen op. Eenmaal binnen, in de keuken, bij mijn vriend, zakte ik tegen de muur op de grond en begon te huilen. Praten was onmogelijk. Mijn vriend praatte. Hij stelde vragen en ik knikte of schudde.
“Is het de eetstoornis, is die terug?” luidde uiteindelijk de vraag. Ik knikte. Langzaam werd ik rustiger. Langzaam kwamen er wat woorden los.
“Ik wil dat je gaat. Je verdient geen vriendin als ik. Ik moet eerst mezelf opknappen, maar wacht niet op mij, als je een leuke vrouw tegen komt, wacht niet op mij. Je verdient een leuke vrouw en ik ben (nu) niet leuk”.

Maar hij wilde niet gaan. Hij bleef. “Samen”. Zei hij steeds. “Samen komen we hier uit”.

Ik dacht alleen maar bij mezelf.. je bet gek. Je weet één tiende van wat er speelt.. Je weet niet wat je zegt… “Beloof je me dat je niet bij me blijft uit medelijden? Dat wanneer je niet meer genoeg voor me voelt, dat je dan ondanks het dal waar ik in zit, dat je dan bij me weg gaat? Beloof je dat?!”
“Ja, dat beloof ik”.

Vanaf die periode werden steeds meer stinkende wonden opengetrokken. De doodswens werd groter, samen met de warmte van de mensen om me heen. Ik begreep er niets van, waarom kreeg ik deze steun? Toch wilde ik vooruit en deed er alles aan uit het dal te komen.

In mijn pubertijd had ik een eetstoornis ontwikkeld. Of misschien daarvoor al. Eind basisschool. Periodes die leken op anorexia en periodes die meer weg hadden van boulimia, wisselde elkaar af. Het was mijn manier om me staande te houden in een onveilige thuissituatie. Even is de ES (eetstoornis) weg geweest, maar helaas kwam hij rond mijn 24ste terug en nam in de loop der jaren een steeds destructievere vorm aan. In het geheim. Niemand wist iets. Vermoedens waren er, maar ik ontkende.

Wat ooit mijn overlevingsstrategie was geworden, mijn afleiding van wat er speelde, mijn houvast en controle, was me nu langzaam de dood in aan het jagen. Ik was op. Zo vaak had ik geprobeerd die geheime ES zelf op te lossen. Mijn lichaam kon niet meer, door wat ik het dagelijks aan deed en mijn hoofd was moe van het geheim wat ik met me mee droeg. Een geheim dat 24uur per dag aanwezig was.

Het duurde een half jaar voor ik naar de rest van de buitenwereld (buiten mijn vriend, moeder en een handje vol vriendinnen) open werd over mijn verhaal. Niet eens vrijwillig. Na een paar maanden zelf, met mijn vriend, geprobeerd te hebben om uit het dal te komen, ben ik naar de huisarts gegaan. Vertelde over de vermoeidheid, de slapeloosheid waar ik al meer dan een jaar mee kampte en het uitgeputte gevoel waardoor ik de zin van het leven was verloren. Ze vroeg door en de ES kwam aan het licht. Uiteindelijk werd ik doorverwezen voor een intake bij Ursula. Ik beloofde mijn vriend “Wat de deskundige op dit gebied mij aan therapie aanraden, ga ik doen. Ik wil mijn leven terug”.

Ondertussen was ik er achter dat ik niet dood wilde. Ik wilde het huidige leven van dat moment niet meer. Maar ik wilde niet dood. Toch bleef de drang naar het einde intens aanwezig.

De therapie die ze me adviseerde bleek heftiger dan ik me vooraf had kunnen voorstellen. “Ik ben toch niet zó erg?”
….
Wel dus. Blijven werken was geen optie. En het kon wel eens meer dan een jaar gaan duren… Ik moest dus wel open worden over wat er speelde…

Die openheid werd mijn redding. Iedereen reageerde warm en begripvol en ook mijn collega’s waren één en al steun. Ik werd ziek gemeld en het therapie proces werd gestart.

Op dat moment kwam alles pas echt los. Alle vermoeidheid, opgebouwde spanning, angst en onverwerkte trauma’s kwamen omhoog zetten. En hierbij zijn we aangekomen bij de zomer van 2017. De zomer van 1,5 uur wakker en dan weer terug naar bed. De zomer zonder hardlopen, het was onmogelijk geworden, ook al was de bewegingsdrang nog steeds aanwezig. Het uitgeputte en depressieve gevoel was nog sterker dan dat. De zomer waarin ik de anorexia kant niet meer kon onderdrukken. De zomer zonder zon.

De weg naar nu.
Of ik in kaart kon brengen wat er allemaal speelde, was de vraag van mijn behandelaren. Maar steeds als ik daar aan dacht, werd ik meegezogen in een zwart gat.
Veel. Heel veel. Te veel speelde er. Te veel om in kaart te brengen. Te veel om overzichtelijk te maken. Veel te veel om aan te werken.
Steeds als ik in kaart wilde brengen wat er speelde zakte de moed mij in mijn schoenen. Het kan niet.. het is te veel. Het gevoel van willen stoppen met leven werd op deze momenten zo intenst sterk. Het was makkelijker om te stoppen dan om alles aan te gaan.

Voor ik ook maar aan iets kon werken, moesten we eerst het eten gezonder maken. En dan bedoel ik niet dat ik meer groenten moet eten, nee dat zat wel goed. Helaas kon ik vaak mijn eten niet binnen houden. Eten was een bron van stress en angst. En ook mijn manier om controle en houvast te vinden in het leven. Mijn manier om met emoties om te gaan. Voor ik kon gaan voelen en aan de onderliggende problemen kon werken, moest het beter gaan met eten.

Uiteindelijk ging het steeds in fases. Dan weer stappen vooruit op gebied van eten, dan weer stappen vooruit in de onderliggende problemen en een klein stapje terug of stabilisering van het eten hoe het was op dat moment. Kleine, hele kleine stapjes vooruit.

Heel veel kleine stapjes
Heel veel kleine stapjes samen, kunnen een flinke afstand worden. Beetje bij beetje werd de enorme berg met troep die ik op moest ruimen kleiner en overzichtelijker. Eén van de stappen die zorgde voor een grote sprong vooruit bleek de trauma therapie te zijn waar ik in maart 2018 mee startte. Intense en slopende sessies. Vermoeid kwam ik thuis en steeds weer moest ik meerdere dagen bij komen van elke sessie. Per sessie merkte ik ook vooruitgang! Per sessie steeg mijn zelfrespect en eigenwaarde. In deze periode ben ik enorm gegroeid.

Sporten en eetstoornisherstel is een moeilijke combinatie. Van mijn behandelaren kreeg ik ook regelmatig het gevoel dat het niet goed was wat ik deed. En ik snap ze. Het is ook een gevaarlijke combinatie. Zeker fanatiek sporten. En toch was ik er van overtuigd dat het kon, herstellen én fanatiek mijn sport beoefenen.

Mijn vriend is hierin een enorme steun voor mij (geweest). Mijn vriend is zelf een fanatieke sporter en heeft me hier goed in kunnen begeleiden (en dit doet hij nog steeds).

Tijdens één van de trauma sessies kwam atletiek ter spraken. Zodra het daarop kwam bleek ik te gaan stralen. Toen mijn therapeute mij daarop wees (ik had het zelf niet eens door) wist ik het zeker, ik ga genezen mét fanatiek sporten.

Perfect willen zijn (lees een mager lichaam hebben) en altijd kunnen presteren wilde ik los laten. Ik wilde leren om te genieten van het sporten, wat de prestatie ook zou zijn. Ik wilde leren dat ik met elk lichaam mezelf een hardloopster zou mogen noemen. Ik wilde leren om te sporten vanuit plezier en het los te gaan koppelen van het verbranden van calorieën. De eetstoornis had al zo’n groot gedeelte van mijn leven en geluk afgepakt, mijn sport ging ik terug winnen.

Ik kan lopen. Ik heb een gezond lichaam. Ik kan door prachtige natuur hardlopen. Ik kan naar de atletiekbaan en samen met anderen mijn passie delen. Het maakt niet uit hoe snel ik loop. Ik heb niemand iets te bewijzen.

Als ik geniet van wat ik doe, dan doe ik het goed.

En dat is waar ik nu sta. Eten gaat op dit moment goed. Het ging in stapjes voor- en achteruit. De ene dag zat ik nog huilend en in volle paniek boven mij bordje aardappels-groenten- vlees, en de dag erna was er ineens een heel vrij gevoel rondom eten. Waar ik tot die dag alles MOEST afwegen om te durven even, had ik er ineens geen behoefte meer aan. Ineens was er het vertrouwens dat ik op gevoel durfde te eten. Toch durf ik nog niet te zeggen dat ik genezen ben. Stress situaties kunnen roet in het eten gooien ;). Elke dag dat op gevoel eten vanzelf gaat, is er een waar ik gelukkig mee ben. Als het een dag mis gaat, is dat geen falen. Ik leg de focus op de momenten die wel lukken.

Eten gaat vanzelf. Ik ben niet meer bang voor het leven en ik kijk uit naar de toekomst. Ik geniet van het nu. Ik moet niet lopen, ik mag lopen. Ik ben niet meer bang voor downs. Die horen ook bij het leven. De ene dag is leuk en de andere dag niet. Ik ben niet meer bang om niet te presteren op een wedstrijd. Want;

Als ik geniet van het hardlopen is elke wedstrijd gewonnen.

Vienna Romanée
Instagram Running Miss Yellow Pants