“Waarom doe je het dan niet?”

26-01-2019, De dag vooraf.

Ik voel me relaxt. Ik heb zin om te lopen. Voel niet de (wedstrijd) spanning die ik de vorige wedstrijd voelde. Dat was ook geen normale wedstrijdspanning, die keer werd ik overvallen door onzekerheid en de spanning liep steeds verder op. Vandaag is het anders. Deze week schoot de wedstrijd wel af en toe door mijn hoofd, maar verder ben ik er niet heel erg mee bezig. Ik heb mijn trainingen ook gewoon normaal gedaan, geen extra rust gepakt en vooral gedaan waar ik zin in had. Daar voel ik me veel beter bij. En dat is waar het uiteindelijk ook om draait. Ik heb zeker zin om te lopen, maar voel niet de enorme wedstrijd drive die ik voelde de dag voor de Zevenheuvelenloop. Deze keer sta ik er meer in met een houding van “we zien wel wat het gaat brengen”.

Wel denk ik na over het tempo. Hoe hard zal ik van start gaan? De vorige wedstrijden ging ik te snel van start. De eerste kilometer liep ik in 3.36min/km. Daarna viel ik terug.

Te langzaam starten vind ik ook zo zonde. Aan de andere kant zijn dit de wedstrijden om het te testen. Ik heb hier niets te verliezen en eigenlijk ook niets te winnen. Ik sta dik tweede in het klassement. Nummer 3 gaat mij niet snel inhalen en ik gok dat ik alleen nog eerste kan worden als Jolijn geblesseerd raakt. En dat is zeker niet de manier waarop ik zou willen winnen! Dus: ik kan niets verliezen, ik kan alleen heel veel leren morgen.

Wat wil ik leren?
1. Diep gaan. Vorige wedstrijd vond ik achteraf niet leuk omdat ik niet diep was gegaan. Diep gaan en doorbijten moet je trainen. Deze wedstrijden zijn daar uitermate geschikt voor.
2. Tempo houden en niet te snel van start gaan. Mijn idee was te starten in 3.50 en het liefst elke kilometer net even een stukje harder. Ik ga huilen van blijdschap (drama Queen) als ik 3.50, 3.48 a 49, 3.47 a 48, 3.46 a 47 en 3.45 a 3.46 kan lopen. Dat zou toch prachtig zijn? Dan loop ik óók nog precies op of onder de 19!! Ik denk dat ik dit kan… Maar als het 3x 3.50 wordt is het ook goed. Wel is mijn doel alles onder de 4min te lopen.

Deze twee punten wil ik trainen/ oefenen. Ik ben benieuwd! Ik heb zo veel zin in deze training!!! Want zo wil ik deze wedstrijden zien; als trainingen. Er zijn een paar piek wedstrijden, alle andere wedstrijden zijn om te oefenen.

Morgen na de wedstrijd het vervolg van deze tekst!

————————————————————————–
Nog niet na de wedstrijd. De ochtend vooraf; 8.05uur om precies te zijn. Prima geslapen, zeker voor mijn doen. Het regent, maar het is niet koud; 7 graden. Alleen van regen kun je het wel koud krijgen! Ook tijdens een wedstrijd. Ik twijfel over lange of korte broek…
De weersomstandigheden zijn niet optimaal. De bikkel modus zal dus nog hoger zijn, trainen om te leren afzien. Daar gaan we voor. Ik vind het nu toch wel spannend…

Ik ga niet te hard van start en ik hou het tempo vol of versnel. Ik heb geen negatieve gedachten en denk alleen aan: DOOR! En: IK KAN DIT! En: IK WIL DIT! Pijn is tijdelijk. Je kunt altijd sneller dan je denkt, je lichaam houd je voor de gek. Als er nu ineens een tijger los breekt, kun je ineens toch nog sneller… Denk aan de tijger.

Wedstrijdschoentjes aan en gaan!

————————————————————————–

Na de race.

Het is een korte broek geworden. Korte broek en mouwloos-shirt; dat was warm genoeg. De tijger is niet langs gekomen. Jammer. Als hij tijdens de 3e kilometer langs was gekomen, had ik nog meer tevreden kunnen zijn.

De omstandigheden waren pittig. Regen, windje en het parcours had zeer scherpe bochten die de snelheid er goed uit haalde. Soms sneden mijn voorgangers bochten af over het gras, dan ga je mee. Het gras was echter meer een modderpoel: nog meer snelheid kwijt. De eerste twee kilometer gingen gewoon goed. Daarna niet meer op mijn horloge gekeken; verder gaan op gevoel, dacht ik. Kilometer 1 en 2 gingen beiden in 3.49, netjes volgens plan; nu gewoon door blijven lopen.

De 2 dames voor mij liepen op een constante afstand voor me, wat me een heel goed gevoel gaf. Normaal liggen deze dames verder voor mij. Het gat bleef gelijk, ik bikkelde enigszins, en er zaten niet veel mensen voor me, dit gaf me tijdens de race een goed gevoel. Ik haalde nog wat mannen in, de dames bleven op gelijke afstand. Ik voelde wel wat in mijn benen, maar het stelde niet veel voor. Het voelde wel snel en het feit dat het gat gelijk bleef gaf mij de indruk dat mijn tempo wel goed zat. De laatste kilometer, dan ga ik aanzetten, dacht ik. Die laatste kilometer leek maar niet te komen.

Toch maar op mijn horloge kijken. We zaten toen al op 4.4km…. Kilometerbordje gemist, balen. Dan maar nu aan zetten! In 19.22 kwam ik niet veel achter nummer 1 en 2 over de finish. Trots, ja. En tevreden ook wel. Dit weer, dit parcours. Ik mag niet klagen. Wel zei ik, zoals altijd, ik had sneller gekund… er zit meer in.

Thuis samen met vriend en Coach Paul de wedstrijd analyseren. Toen kwamen er toch een hoop emoties los. Ik wil dieper gaan. Ik wil stuk gaan.

“Waarom doe je het dan niet?”
“Ik weet het niet…”
“Waar gaat het mis?”
“Tijdens de 3e km”.

Geen negatieve gedachten zoals vroeger. Geen gescheld in mijn hoofd. Geen afkeer naar mezelf. Geen angst voor de gedachten van anderen. Sterker nog, ik voelde me trots dat ik 3e vrouw liep. De mannen die om mij heen liepen, ik weet niet, het was wel een soort van gezellig, er werd niet gepraat, maar het voelde alsof iedereen even hard aan het bikkelen was en de sfeer voelde heel fijn. Ik kan het niet goed uitleggen, het voelde een soort van veilig? Waar ik vroeger alleen maar dacht dat mensen mij te dik en slecht zouden vinden, voelde het nu heel warm (ondanks de koude regen en wind) en voelde ik me gelukkig. Wat dat betreft geen verloren wedstijd!

Wat ging er dan mis deze kilometer? Hier had ik mogen pushen, en ik deed het niet. Ik was niet aan het niksen, echt niet. Ik was echt wel aan het werk. Maar ik had harder gekund.

Paul: “Waarom doe ik het dan niet? Het lijkt wel of je onzeker bent”.
**BAM**
Tranen. Opluchting ook. Opluchting dat dit gezegd werd. En tranen. JA! Ik ben onzeker.
“Ik durf niet harder, bang dat ik té diep ga en stil val. En dát zou als falen voelen, als een afgang…”.
“Maar nu voelt het als falen dat je wil trainen om diep te gaan en je het steeds niet doet”.
“Ja. Dat klopt, nu faal ik niet voor de buitenwereld; iedereen vind mijn tijden goed, maar ik faal toch voor mezelf; ik wil dieper gaan”.

Volgende week tijdens de 8km van de Midwinter Marathon in Apeldoorn in de her! Trainen. Ik wil trainen om diep te gaan. Ik wil niet bang zijn om écht stuk te gaan. Ik wil leren om écht stuk te gaan. Ik wil het.

Goede trainingswedstrijd. Veel geleerd. Genoten en nog veel stappen te zetten. Intens blij na de wedstrijd en nu toch een beetje een kater. Maar het genieten, pakt niemand mij meer af. Ik leer en ik blijf leren.

Toch nog een tijger…