Snelheid en Gewicht

Het getal op de weegschaal beïnvloedt mijn eetgedrag niet meer. Gelukkig.

Niet alleen mijn eetgedrag is stabiel en voor mij vrij genoeg, ook de rest van mijn leven wordt niet meer beheerst door mijn gewicht. Eerder durfde ik soms niet naar baantrainingen, omdat ik ervan overtuigd was dat de buitenwereld aan mij kon zien dat ik aangekomen zou zijn. Ik vond dat ik mezelf geen hardloopster mocht noemen met mijn lichaam en het bijbehorende gewicht. De groep zou vast een mening hebben over mijn logge lichaam. Eventueel rustig mee hobbelen zou “met dat lichaam” een optie zijn, maar de fanatieke hardloopster kon ik toch niet laten zien? Dat zou een lachertje zijn. Overdreven. Misplaatst. Hoezo zou ik zo “uitsloverig” mijn best doen als ik me blijkbaar de rest van de dag aan het volproppen was. Want anders zou ik wel slanker zijn, toch? Op een gegeven moment ging ik vaak niet naar trainingen, omdat ik niet durfde. Wat ben ik blij dat deze periode voorbij is.

En wat dacht je van wedstrijden? Of ik mij zelfverzekerd voelde, hing af van mijn gewicht. Want als ik “te zwaar” zou zijn, kon ik natuurlijk niet hard- hardlopen. En ik wist zeker dat mensen zouden denken “Wat doet dat dikkertje in het wedstrijdvak?!” Of als ik derde vrouw liep wist ik zeker dat iedereen dacht “Als ze nou wat minder dik zou zijn, dan zou ze sneller lopen”. De hele race gingen mijn gedachten uit naar mijn “te dikke lichaam”.

In mijn sprinttijd was het zelfs zo dat ik mijn gewicht koppelde aan de tijd die ik op de 400m wedstrijd zou kunnen lopen. Letterlijk in seconden. Ik noem hier fictieve gewichten, omdat ik niet wil dat iemand zich gaat vergelijken. Vergelijken heeft geen zin, maar voor mensen met een eetstoornis(verleden) een bijna automatisch gegeven. Als voorbeeld; woog ik 80 kg dan zou ik volgens mijzelf 60sec lopen over de 400m. Ik wilde wel sneller, maar ik was bang dat dit niet zou lukken met dit gewicht. En zou ik 81kg wegen was het 61 sec. 78kg zou 58sec betekenen. Het klopte vaak… maar wat wil je.. Self fulfilling prophecy..! Mijn zelfvertrouwen hing af van mijn gewicht.
Met de langere afstanden van de afgelopen jaren werd ik meer belemmerd door de gedachten uit de alinea hiervoor, dan dat ik tijden koppelde aan een gewicht.

Gefocust voor de 4x400m estafette. NK 2012. Deze foto maakt me nog steeds verdrietig… ik voelde me hier zo dik. Ik walgde van mezelf. Ik haatte mezelf….

Niets van dit alles is er nog. Het komt niet eens in me op. Minder dan een jaar geleden gingen de gedachten over mijn “te dikke lichaam” tijdens wedstrijden, van start tot finish, door mijn hoofd. Hoewel ik vaak zeg dat er geen knopje is om een verandering te weeg te brengen, weet ik nog mijn eerste wedstrijd dat er halverwege een knopje om leek te gaan. Dat een gevoel van falen en angst omging in kracht. “Jij bent sterk!” zei ik tegen mezelf. “Jij bent zo sterk, jij kan dit”. Die wedstrijd liep ik meer dan een minuut van mijn 5km PR af. Vanaf die wedstrijd heb ik bijna alleen nog maar PR’s of in de buurt van mijn PR gelopen. Per wedstrijd werd het gezelliger in mijn hoofd. En nu denk ik geen seconde meer aan mijn gewicht en of dat invloed zou kunnen hebben op mijn snelheid.

Ik heb een nieuwe mindset gevonden. Een mindset waarmee ik mezelf met zelfvertrouwen en kracht, met positieve woorden en geloof in mijn lichaam, kan pushen tot een oncomfortabel gevoel. Ik ben niet meer bang dat mijn lichaam mijn wil in de steek laat. En als ik die grens wel een keer ga bereiken, dan is dat maar zo. Dan heb ik mijn lichaam weer beter leren kennen.

Ondanks alle veranderingen, kan ik niet zeggen dat het nu helemaal weg is. Gelukkig tijdens sporten wel. Er is nooit meer een training dat ik vooraf denk “Ik ben te dik”. En ook tijdens trainingen zijn deze gedachten helemaal weg. Tijdens het sporten denk ik eigenlijk niets. Hoogstens dat ik wil leren om dieper te gaan. Dat ik wil leren wennen aan het oncomfortabele gevoel van diepgaan. Maar dit gaat niet meer op een straffende manier. Niet meer HET MOET!!!! Nee, veel meer rust en ontspannen. “Ik wil dit. Dit wil ik leren”. Zeg ik nu tegen mezelf, ik schreeuw het mezelf niet toe, ik spreek het mezelf toe. En ik heb vertrouwen dat ik het kan.

Wat is er dan nog wel? De angst om aan te komen en dat dit een negatief effect heeft op mijn lopen. Die is er. Omdat ik zo veel sport heb ik de hele dag door honger. Ik eet dan ook de hele dag door. Het heeft mij erg geholpen dat Susan Krumins in één van haar podcasts noemde dat ze de hele dag honger heeft, maar dat dat oké is omdat ze toch elke twee uur eet. Nou… ik eet denk ik ook bijna elke twee uur en dat is niet één druif per twee uur! Nee, het is bijna elke keer wel een hele maaltijd. Ik moet dan zelfs nog moeite doen om het bij die maaltijd te houden en niet te blijven eten, de honger is momenteel niet snel gestild. Ik luister naar mijn gevoel, maar trek ook wel grenzen. Ik heb een goed figuur en vind dat ik met dit lichaam mezelf een echte sporter mag noemen. Maar er hoeft ook niets aan. Met het eten naar behoefte blijf ik op gewicht en dat is goed.

Maar toch… toch is dat stemmetje er. Die zegt dat ik wel zal aankomen als ik zo veel eet… Ik negeer het, want tot nu toe kom ik niets aan. Dat stemmetje dat zegt dat ik geen discipline heb, dat als ik nou wel wat meer discipline zou hebben en ik net ff wat minder zou eten, ik dan nog net ff wat afgetrainder zou zijn en dat ik dus ook nog net ff iets sneller zou kunnen lopen. Dat stemmetje dat zegt dat mijn eetgedrag en gebrek aan strengheid hierin mij nog onderscheid van een echte (top)sporter. Ik wil toch leven als een topsporter? Waarom let ik dan niet nog meer op mijn eten? Faler.

Ja dat stemmetje is er nog. Ik hoop dat die ooit verdwijnt, net als de mindset. Het is niet een keuze dat deze stem er nog wel is. Het is een kwestie van vertrouwen. Vertrouwen krijgen dat dit is wat goed voor mij is. Ik kan minder gaan eten. Maar dan heb ik minder energie. Ik kan strenger eten en helemaal niet meer snoepen, maar dan kan ik ineens alleen nog maar denken aan snoep. Doordat ik nu van mezelf mag snoepen, is de lol er na een paar happen wel vanaf. Denk ik er niet meer aan en is het een stuk gezelliger in mijn hoofd. Doordat het gezelliger is in mijn hoofd heb ik minder stress, meer energie en kan ik dus beter trainen.

5km wedstrijd ZZ-circuit 27-02-2019

Maar die snelle meiden… die zijn allemaal zo mager… Ik kan niet ontkennen dat ik schrok van deze podium foto. Mijn benen zijn wel heel erg anders dan die van de andere twee. Het beeld bleef nog dagen in mijn hoofd hangen, maar mijn eten veranderde ik niet. In de spiegel zag (en zie) ik toch echt slanke benen en ook als ik naar beneden keek snapte ik niet hoe dit verschil zo groot kon zijn… Het maakt me onzeker dat de snellere meiden magerder zijn.

Op deze momenten ga ik tegenwoordig naar het Instragram account van Alli Kieffer. Lees ik haar struggle’s met de magere omgeving en haar sterke lichaam die een contrast vormen. Ik denk aan de tijden die ze loopt en dat geeft mij kracht. Ik ben sterk. En ik ben zeker niet dik. Met mijn kleding maat in combinatie met mijn lengte kun je niet dik zijn. Elke morgen weer zie ik een slanke vrouw in de spiegel wanneer ik de badkamer in loop. Ik kan nog steeds niet geloven dat dit mijn lichaam is. Het is misschien iets strakker en gespierder dan eerst, maar veel kan het niet schelen. Hoe kan ik al die jaren een dik lichaam hebben gezien, als dit wat ik nu zie werkelijk mijn lichaam is. Hoe weet ik dat dit beeld wel klopt?

Mensen met een vertekend lichaamsbeeld verzinnen niet dat ze zich dik voelen. Ze voelen het écht en ze zien ook écht een dik lichaam. Ik heb echt ruim 20 jaar een dik lichaam gezien. Ik denk dat maar weinig mensen snappen wat ik voel als ik nu in de spiegel kijk. Keer op keer gaat er een golf van verbazing door mij heen. Ben ik dit écht? Ja… ik ben dit echt.

Hoe ik weet of dit beeld wel klopt? Dat weet ik niet. Maar ik doe niemand er kwaad mee als ik mij slank voel en een strak lichaam zie, maar mijn eigen leven wordt er wel een stuk leuker op!

Acht van Apeldoorn 3 februari 2019. Trots op mijn kracht.